Haalbaarheidsstudie
Design for Human Needs:
5 lessen

Vijf lessen uit de haalbaarheidsstudie voor een gezamenlijke, online collectie Design for Human Needs, uitgevoerd door Cube design museum & VISSCH+STAM in gesprek met Philips Museum, Stedelijk Museum Amsterdam, Rijksmuseum Twenthe, Zuiderzeemuseum en TwentseWelle.

Inleiding

Op dit moment is in Cube design museum de tentoonstelling Everything you always wanted to know about toilets - but were too afraid to ask te zien. We kunnen wel lacherig doen over poep en plas, maar de komst van het toilet heeft het leven van mensen veiliger, hygiënischer en efficiënter gemaakt. Maar de po kan ook meer zijn dan alleen een plek waarop je je behoeften doet. Zo is in de tentoonstelling het kamergemak van de Oostenrijkse keizer Jozef II (1741-1790) te zien, een in dure materialen uitgevoerde verplaatsbaar toilet. Deze nogal decadente po was meer dan alleen functioneel: het was voor de keizer een onderscheidingsmiddel, het toonde zijn status. Ook op de pot was Jozef II keizer van Oostenrijk. 

De keizerlijk po staat in contrast met een ander object uit de expositie: het puur functionele klikotoilet van Studio Makkink & Bey uit 2017. Dit ontwerp maakt het mogelijk uitwerpselen te gebruiken als meststof. Want waarom zou je de waardevolle menselijke mest zomaar in het riool laten verdwijnen? Hoewel het riool ons leven flink heeft verbeterd (meer hygiëne, dus een verbeterde volksgezondheid), ging er ook wat verloren. Waar we vroeger onze menselijke uitwerpselen als mest gebruikten, zetten we daar nu chemicaliën voor in. Het klikotoilet scheidt de poep van de plas, zodat de poep bruikbaar wordt om het land mee te bemesten. Het toilet biedt een oplossing voor een hedendaagse menselijke behoefte, namelijk ons voedsel gifvrijer produceren. 

In de tentoonstelling zie je dat het toilet meer is dan een functioneel gebruiksvoorwerp om je behoeften te doen, het kan dus bijvoorbeeld ook een statussymbool zijn, een manier om je identiteit uit te dragen. Of een statement voor duurzaamheid. Het toilet vervult meerdere human needs.

Online collectie Design for Human Needs

In Cube design museum tonen we design dat impact heeft op de wereld, design dat voorziet in een human need. Naast Museumplein Limburg (waarvan Cube onderdeel is) zijn er tal van musea die objecten in hun collectie hebben die iets zeggen over human needs. Daarom is Cube samen met VISSCH+STAM de afgelopen maanden in gesprek gegaan met vijf andere Nederlandse musea, om te kijken of er een gezamenlijke collectie Design for human needs opgezet kan worden. Deze vijf musea zijn het Philips Museum, Stedelijk Museum Amsterdam, Rijksmuseum Twenthe, Zuiderzeemuseum en TwentseWelle.

Deze musea hebben uit hun collectie een kleine selectie gemaakt van objecten die voorzien in een human need.  Die selectie van in totaal 75 objecten hebben we samengebracht in een collectie Design for human needs. De komende maanden gaan we op zoek hoe we deze met het publiek kunnen delen. 

Hoewel het project nog in volle gang is, delen we alvast enkele lessen over human needs die we tijdens het samenstellen van de collectie geleerd hebben. Daarna vertellen we hoe we het project verder gaat. 

Les 1: Behoeften zijn niet statisch

In de gesprekken met musea hadden we het over de manier waarop  die objecten het leven door de tijd heen leuker of makkelijker hebben gemaakt. Die objecten laten zien hoe behoeften door (technologische) vooruitgang door de tijd heen veranderden. Neem bijvoorbeeld de praatpaal van de ANWB, ingebracht door het Philips Museum. Zonder auto zou deze behoefte er nooit zijn geweest. De auto leidde ook tot tal van ander ontwerpen, denk aan wegen, bewegwijzering, stoplichten, verkeersregels en ga zo maar door.

Behoeften zijn niet statisch, maar veranderen als de omgeving verandert. De objecten geven een inkijkje hoe de relatie tussen mensen onderling en mensen en hun omgeving door de jaren heen verandert. Behoeften zijn rekbaar. De meeste mensen hebben geen behoefte aan iets wat ze niet kennen. Goede marketing is een manier om behoeften te scheppen. Maar dat betekent niet dat je weer zonder kan als het product wegvalt, omdat het er ooit niet was. Zie hieronder bijvoorbeeld een kort interview van Frans Bromet met mensen die hij op straat tegenkomt. Hij vraagt hen of zij behoefte hebben aan een mobiele telefoon. De reacties zijn vanuit hedendaags perspectief hilarisch, vooral als we bedenken hoe lastig het zou zijn als we het nu opeens zonder onze smartphone moeten stellen.

Les 2: Elke museumcollectie geeft een eigen antwoord op de vraag wat human needs is.

De collectie van een museum weerspiegelt de identiteit van het museum. Daardoor heeft elk museum een eigen antwoord op de vraag: wat zijn nou human needs? Hoewel we dat natuurlijk wel hadden verwacht, vonden we het toch interessant om te zien hoe de verschillende lijsten Design for human needs van elkaar verschilden. Waar bijvoorbeeld het Philips Museum en het Zuiderzeemuseum overwegend functionele producten op hun lijst hadden staan, stond de lijst objecten van het Rijksmuseum Twenthe bol van schilderijen en andere kunst.

Wij stelden ons vooral de vraag: wat betekent dit, en moeten we daar iets mee doen? Kijkend naar de objecten van de verschillende musea, merkten we dat de musea elkaar sterk aanvullen, en dat ze gecombineerd tot nieuwe inzichten leiden. Zo staat op de lijst van de TwentseWelle de stoommachine, die gezorgd heeft voor industrialisatie en massaproductie in de Twentse regio. Daardoor kregen enkele grootgrondbezitters in de regio genoeg geld om kunst te kopen. En die ontwikkeling is terug te vinden in de collectie van het Rijksmuseum Twenthe. De meerwaarde van een collectie Design for human needs zit juist in de inbreng van verschillende musea en de combinaties die de collecties mogelijk maken.

Les 3: De objecten vormen een reeks verhalen die laten zien hoe steeds nieuwe oplossingen voor alledaagse vraagstukken werden bedacht.

Eigenlijk gaat een collectie human needs over hoe mensen het dagelijks leven hebben ingericht, en hoe er door (technologische) vooruitgang daarvoor steeds nieuwe mogelijkheden zijn ontstaan. Veranderingen zijn veelal nooit louter verbeteringen, maar ze hebben vaak ook een keerzijde. Zo vraagt men zich tegenwoordig regelmatig af of jongeren nog wel écht met elkaar in contact zijn, nu ze zoveel tijd op hun smartphone doorbrengen. En halverwege de 19e eeuw was dankzij de stoommachine de industrialisatie en de massaproductie op gang gekomen, maar leefde een grote groep mensen onder erbarmelijke omstandigheden in vervuilde steden en maakte veel te lange werktijden. Uiteindelijk is de stoommachines wel een van de grondleggers geweest voor onze huidige welvaart. 

Geen enkel object staat op zichzelf. Het bouwt altijd voort op iets wat er al eerder was, en vormt vrijwel altijd inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Dit is heel duidelijk te zien in muziekapparatuur; van elpee, tot cassettebandje, tot cd speler en uiteindelijk de digitale muziek. Elke keer komt er een nieuw product op de markt dat net wat beter werkt en iets minder kwetsbaar is. Maar zonder elpee was er nooit digitale muziek geweest. Elk product bouwt voort op wat er al was, en vormt een grondlegger voor iets wat daarop volgt. En dat kan dan weer gevoelens van nostalgie naar vroegere producten oproepen, zoals de huidige hernieuwde belangstelling voor muziek op vinyl illustreert.

Les 4: Individueel vs. collectief?

Toen wij het onderzoek startten, hanteerden we de definitie dat design for human needs gaat om design dat het leven van mensen beter, makkelijk, prettiger of efficiënter maakt. Gedurende het project kwamen we erachter dat dit eigenlijk helemaal niet zo’n duidelijke definitie is. Want is kunst dan een human need? Het voorziet toch maar in de behoefte van één of enkele personen: de behoefte van de kunstenaar tot zelfontplooiing en de behoefte van de koper aan status en identiteit? Dit is heel anders dan bijvoorbeeld de Bewegwijzering op Schiphol. Dat voorziet in de behoefte van een hele groep mensen.

Anderzijds kun je moeilijk ontkennen dat een tafereeltje van Jan Steen of een portret van Rembrandt talloze mensen vanover de hele wereld aanspreekt. En hoe zit het met een symphonie van Beethoven of het laatste album van Bob Dylan? Zó eenduidig is het bij kunst toch ook weer niet.

Dit spanningsveld is interessant. Gaat human needs om de behoefte van een groep, of mag het ook de behoefte van een of twee mensen voorzien? We merkten dat er eigenlijk geen antwoorden op deze vragen zijn, het blijven discussiepunten. Toch hebben we voor de studie een knoop doorgehakt: iets is een human need als het voorziet in de behoeften van een groep mensen. 

Les 5: Context staat centraal

Toen we de objecten van de verschillende musea bekeken, merkten we het belang van de context. Het verhaal over het object, dat vertelt wanneer en hoe het betekenis heeft (gehad) in het leven van mensen, en waarom specifiek in die tijd en op die plek, geeft het object zijn waarde en relevantie. Wij denken dat al die verhalen over een veelheid aan objecten ook interessant is voor anderen. Ze bieden immers inzicht in de wijze waarop de mens in specifieke omstandigheden zijn leefwereld inricht. Daarom is voor ons duidelijk dat de context, het verhaal bij het object, centraal moet staan. 

Hoe nu verder?

We hebben lijsten objecten van deze musea verzameld. We zien dat het ook voor andere mensen interessant kan zijn. Een eerste vervolgstap voor ons is om een doelgroep te kiezen, en samen met deze doelgroep een proces van Design thinking in te gaan. In dit proces willen we met actieve inbreng van de doelgroep bepalen in welke vorm we de objecten met het publiek gaan delen. Voor ons is het belangrijk dat de doelgroep onderdeel is van het proces.

Daarnaast vinden we het belangrijk dat we ook met andere Nederlandse musea in gesprek gaan, om te kijken of ook zij bij willen dragen aan de nationale collectie Design for human needs.

Ben je benieuwd hoe we verder gaan? We houden je via deze website op de hoogte, of volg ons via: